De veroorzaker van de ziekte, de bacterie Streptococcus equi, is extreem besmettelijk. Eén besmet paard op stal of op wedstrijd kan via direct contact of via gedeelde waterbakken, tuigage en kleding in korte tijd een hele populatie aansteken. De symptomen – zoals koorts, ernstige luchtwegproblemen en abcesvorming in de klieren – zijn niet alleen ingrijpend voor het welzijn van het dier, maar kunnen in ernstige gevallen zelfs dodelijk zijn.

Slechts 3 besmettingen op 100.000 doses

Om de infectiedruk een halt toe te roepen, werd een vaccin ontwikkeld op basis van recombinante eiwittechnologie. Nieuwe praktijkgegevens, verzameld na het toedienen van de eerste 100.000 doses in Europa, tonen nu veelbelovende resultaten.

Van de paarden die het volledige basisschema van de enting hadden doorlopen, vertoonden slechts 19 dieren later symptomen van de ziekte. Diagnostisch onderzoek wees uit dat de droesbacterie in slechts 3 van die gevallen de daadwerkelijke oorzaak was – een berekende incidentie van amper 0,006%. En dat terwijl een groot deel van deze gevaccineerde paarden op stallen stond waar op dat moment een actieve uitbraak heerste en het besmettingsrisico dus maximaal was.

Dat het vaccin zo effectief blijkt, komt door de manier waarop het is opgebouwd. De technologie richt zich op meerdere specifieke eiwitten en antigenen die de bacterie nodig heeft om een paard te infecteren. Daardoor bouwt het afweersysteem een brede en gerichte verdediging op.

Aanvulling op stalhygiëne

Met deze cijfers in de hand stellen de onderzoekers dat preventieve vaccinatie een krachtige nieuwe pijler vormt in de strijd tegen droes. Zeker op locaties waar veel paarden samenkomen of tijdens een acute uitbraak kan de enting het verschil maken. Paardenhouders die hun stalbeveiliging en preventiestrategie willen aanscherpen, kunnen de opties voor vaccinatie bespreken met hun dierenarts.