Onderweg vertelt Bodo over het delicate evenwicht tussen technische precisie en paardenwelzijn, over de druk die komt kijken bij het ontwerpen van parcoursen voor de grootste kampioenschappen ter wereld, en over de bijna “muzikale” flow die volgens hem een echte toppiste kenmerkt.

Ondanks zijn internationale reputatie blijft Bodo opvallend nuchter. Met humor en bescheidenheid spreekt hij over zijn visie, zijn inspiratie en waarom de tijdloze band tussen paard en ruiter volgens hem nog altijd het kloppende hart van de sport vormt.

1. Wortels & vroege passie

Hoe heeft opgroeien in Oost-Frankrijk uw passie voor de springsport en parcoursbouw gevormd?

Ik heb meer dan twintig jaar in Forbach gewoond, tegenover een groot hippisch centrum genaamd Mont Dragon in de Moezel, in het noordoosten van Frankrijk. Ik begon als springruiter, en paarden maakten elke dag deel uit van mijn leven. Door voortdurend in hun nabijheid te zijn, ben ik als vanzelf in de sport gegroeid.

Mijn familie steunde mij volledig in die toewijding, en al snel werd het een echte passie. Rond mijn vijftiende begon ik belangstelling te krijgen voor parcoursbouw. Mijn rijclub organiseerde veel wedstrijden, waardoor ik de kans kreeg om te observeren en te leren.

In die periode was de regio Lorraine bijzonder actief in de springsport, met veel wedstrijden en heel wat getalenteerde ruiters en paarden. Ik had het geluk bekwame en invloedrijke mensen te ontmoeten die mij aanmoedigden om verder te gaan en mij hielpen bij de opleidingen en examens die nodig waren om parcoursbouwer te worden.

Binnen acht jaar had ik het hoogste nationale niveau in parcoursbouw bereikt.

Wanneer besefte u dat parcoursbouw uw levenswerk kon worden, en niet alleen iets voor lokale wedstrijden?

Ik denk dat dat moment kwam toen ik ongeveer achttien jaar oud was en werd benoemd tot regionaal parcoursbouwer.

Mijn mentoren vertrouwden mij en gaven mij de kans om mijn eerste nationale wedstrijd op 1m40 te bouwen, wat destijds een B1-rubriek heette. Die wedstrijd vond plaats in de Étrier Verdunois in Verdun.

In de Grote Prijs waren er acht foutloze omlopen die zich plaatsten voor de barrage. Dat was voor mij echt een kantelpunt. Vanaf dat moment werd parcoursbouw meer dan een interesse: het werd een roeping.

Uiteindelijk ben ik ook gestopt met zelf rijden om mij volledig op parcoursbouw te kunnen toeleggen.

U begon te rijden op zevenjarige leeftijd. Wat zijn uw eerste herinneringen aan paarden?

Paarden maakten altijd deel uit van mijn omgeving. Mijn grootvader had renpaarden, en ik zag ze elke dag.

Vanaf het begin voelde ik een natuurlijke band met hen. Ik ben nooit bang geweest en ontwikkelde al snel een competitieve geest. Ik herinner me dat ik tegen mezelf zei dat ik ooit een groot ruiter zou worden — al denk ik uiteindelijk dat ik een betere parcoursbouwer ben geworden. (lacht)

2. Van lokale wedstrijden naar het internationale toneel

De stap van regionale wedstrijden naar het wereldniveau is enorm. Wat was voor u het keerpunt?

Toen ik ongeveer vijfentwintig was, had ik al veel nationale wedstrijden onder mijn verantwoordelijkheid. Op dat moment begonnen invloedrijke mensen binnen de sport mijn aanleg voor parcoursbouw op te merken.

Dat was ook het moment waarop ik besloot contact op te nemen met de Aachen School of Course Design in Duitsland. Die school stond onder leiding van de gerenommeerde parcoursbouwer Arno Gego.

Samen met zijn collega’s moedigde hij mij aan om een internationale carrière na te streven. Ik wil ook zeker erkennen dat mijn nationale federatie een belangrijke rol heeft gespeeld in mijn ontwikkeling richting het internationale niveau.

Waren er mentoren die een doorslaggevende rol speelden in die beginjaren?

Absoluut. Veel mensen op zowel regionaal als nationaal niveau hebben mij geholpen mijn expertise te ontwikkelen en mij kansen gegeven om op tal van wedstrijden te werken.

Ik zal altijd dankbaar blijven voor de inmiddels overleden Jean Collin, voormalig parcoursbouwer en voorzitter van de hippische regio Lorraine. Ook mijn mentor Michel Juliac heeft een heel belangrijke rol gespeeld.

Eigenlijk heb ik vooral het geluk gehad de juiste mensen op het juiste moment te ontmoeten.

Wat waren de grootste uitdagingen toen u internationaal begon te werken?

Ik zou het niet meteen uitdagingen noemen, eerder een zekere vorm van spanning of onzekerheid.

Wanneer je op grote internationale wedstrijden aankomt, betreed je onbekend terrein. Je kent de ruiters en paarden nog niet en hebt nog niet met zo’n niveau van competitie gewerkt.

Het belangrijkste is dan om jezelf te blijven en verder te doen waar mensen je om respecteren.

Hoe is uw rol geëvolueerd sinds die eerste internationale ervaringen?

Met de jaren groeit je zelfvertrouwen. Ervaring leert je hoe je niet alleen de technische aspecten van parcoursbouw beheerst, maar ook de subtiliteiten die een invloed hebben op paard en ruiter.

Vandaag zie ik mezelf ook als iemand die kennis doorgeeft. Ik deel mijn ervaring met jongere parcoursbouwers, stuur teams aan en blijf parcoursen creëren die onze sport op de best mogelijke manier in beeld brengen.

In zekere zin is parcoursbouw ook een artistiek proces.

3. De kunst en wetenschap van parcoursbouw

Hoe zou u uw stijl van parcoursbouw omschrijven?

Ik heb altijd een voorkeur gehad voor parcoursen die voorwaartse beweging en vloeiendheid bevorderen. Ik hou van lay-outs met wat ik een bijna “muzikale” flow zou noemen.

De lijnen van een parcours zijn voor mij van essentieel belang.

Mijn doel is om moeilijkheden te creëren die de ruiters moeten oplossen, niet de paarden. Dat evenwicht vinden is waarschijnlijk het meest delicate aspect van parcoursbouw.

Een parcours moet subtiel zijn, soms veeleisend, maar altijd eerlijk en respectvol tegenover het paard.

Wat inspireert u wanneer u een parcours ontwerpt?

Waar ik ook kom, één principe blijft fundamenteel: paarden moeten met vertrouwen en in een goed gevoel springen, van de eerste rubrieken van een concours tot en met de Grote Prijs.

Uiteraard speelt het niveau van de aanwezige ruiters en paarden ook een rol in de vragen die je in de piste stelt. Het type wedstrijd, de locatie, de tijd van het jaar en zelfs het beschikbare materiaal beïnvloeden mee hoe een parcours uiteindelijk vorm krijgt.

Hoe ziet het creatieve proces eruit bij het ontwerpen van een groot evenement?

Ik begin meestal met de combinaties, in het bijzonder de dubbels en triples, en met de algemene plaatsing van de hindernissen.

Ook natuurlijke elementen zoals een waterbak of liverpools kunnen mee bepalend zijn voor het ontwerp.

Door het parcours eerst op papier uit te tekenen, krijg ik een duidelijk beeld van de profielen van de hindernissen, de afstanden en het ritme van de piste, terwijl ik ook zorg voor een goede balans in de wendingen en richtingsveranderingen.

Hoe bewaart u het evenwicht tussen de verwachtingen van ruiters, organisatoren en publiek?

Dat evenwicht komt voort uit ervaring en gevoel.

Je moet echte sport en competitie creëren, terwijl het evenement ook aantrekkelijk en spannend moet blijven voor het publiek. Tegelijk moet paardenwelzijn steeds vooropstaan, en moet het parcours paarden de kans geven zich positief te ontwikkelen.

4. Olympische Spelen van Parijs & grote kampioenschappen

Wat betekende het voor u om benoemd te worden als parcoursbouwer voor de Olympische Spelen van Parijs?

Het was een enorme eer en een grote bron van trots.

De Olympische Spelen zijn een van de hoogste verwezenlijkingen in de sport. Met de Spelen van Los Angeles in 2028 zal het mijn derde Olympiade zijn — en ik ben nog maar 47.

Wat maakt parcoursbouw voor de Olympische Spelen zo bijzonder?

De Olympische Spelen vereisen extreem hoge standaarden.

Zowel paarden als ruiters komen daar in topvorm aan, omdat ze zich specifiek op dat evenement hebben voorbereid. De parcoursen moeten daarom bijzonder subtiel zijn.

De kwalificatierondes mogen niet te zwaar zijn, omdat sommige combinaties minder ervaring hebben. Olympische parcoursen worden maanden op voorhand gepland, terwijl veel andere evenementen eerder van week tot week worden opgebouwd.

Welke wedstrijden hebben de grootste indruk op u gemaakt?

Twee evenementen springen eruit.

Het eerste is Spruce Meadows in Calgary. Ik heb daar meerdere jaren parcoursen mogen bouwen, en het is werkelijk een legendarische locatie met een heel bijzondere sfeer.

Het tweede was Lyon in Frankrijk, waar ik in 2017 mijn eerste vijfsterrenwedstrijd ontwierp tijdens de FEI Jumping World Cup Final.

Hoe groot is de druk achter de schermen op dit niveau?

De druk is altijd aanwezig. Sterker nog: als je geen druk meer voelt, betekent dat waarschijnlijk dat je de passie voor je werk kwijt bent.

Je wilt dat alles goed verloopt en dat de sport van het hoogste niveau is. De inzet is groot — financieel, organisatorisch en op het vlak van paardenwelzijn. En naarmate de jaren verstrijken, groeit die verantwoordelijkheid alleen maar.

5. Persoonlijke reflecties

Wat betekent het voor u persoonlijk om dit niveau bereikt te hebben?

Het betekent voor mij een roeping en een grote bron van trots.

In zekere zin denk ik dat dit altijd mijn pad is geweest.

Denkt u nog wel eens terug aan uw eerste wedstrijden in plaatsen als Forbach of Sarreguemines?

Ja, soms word ik daar nostalgisch van. Af en toe bezoek ik die plaatsen nog, ook al bestaan veel van die wedstrijden vandaag niet meer.

Hoe zijn uw relaties binnen de sport in de loop der jaren geëvolueerd?

Zoals ik eerder al zei, heb ik het geluk gehad veel mensen te ontmoeten die mij geholpen hebben om in dit vak te groeien.

Met velen van hen onderhoud ik nog altijd een goede relatie, en daar ben ik erg trots op.

Wat houdt u na al die jaren nog gemotiveerd?

Heel eenvoudig: passie.

De wil om dingen goed te doen, om bij te dragen aan de ontwikkeling van de sport en om een rol te spelen in het succes van de springsport.

6. De toekomst van de sport

Hoe ziet u de toekomst van parcoursbouw in de springsport?

Ik volg die evolutie al tientallen jaren en heb enorme veranderingen gezien, zowel op het vlak van materiaal en technologie als in het prestatieniveau van paarden en ruiters.

Maar we moeten altijd de fysiologische grenzen van het paard respecteren. Sommige technische en reglementaire aspecten zullen blijven evolueren, maar nooit ten koste van het dierenwelzijn.

Wat zou u zeggen tegen mensen die vinden dat paardensport van de Olympische Spelen moet verdwijnen?

De paardensport belichaamt een van de meest bijzondere samenwerkingen tussen mens en dier.

Paarden maken al eeuwenlang deel uit van onze geschiedenis. Het idee dat die samenwerking uit het olympisch programma zou verdwijnen, is voor mij moeilijk te aanvaarden.

Welk advies zou u jonge parcoursbouwers geven?

Blijf altijd geloven in wat je doet en geef nooit op.

De passie voor paarden moet altijd op de eerste plaats komen. Geld mag nooit de belangrijkste drijfveer zijn. Hard werken wordt op een bepaald moment beloond.

Een andere essentiële eigenschap is nederigheid. Je moet jezelf voortdurend in vraag blijven stellen en nooit denken dat je de beste bent — want de sport zal je er altijd aan herinneren dat leren nooit stopt.

Welke innovaties zouden de sport in het komende decennium kunnen veranderen?

Voorlopig zullen de belangrijkste innovaties waarschijnlijk betrekking hebben op het materiaal waarmee parcoursen worden gebouwd, de bodemkwaliteit, de reglementen en mogelijk ook de beoordelingsmethoden.

Heeft u ooit in Saudi-Arabië gewerkt?

Nee, ik heb nog niet de kans gehad om dat deel van de wereld te ontdekken.

In 2013 was ik wel betrokken bij een wedstrijd in Doha als assistent, maar ik heb nog geen ervaring in Saudi-Arabië zelf, al ken ik de wedstrijden in Riyad uiteraard wel van naam.

7. De menselijke kant

Welk moment in uw carrière heeft u het meest geraakt?

Twee momenten springen eruit.

Het eerste was toen ik in 2012 Level 3 Course Designer werd, en het tweede toen ik in 2019 werd benoemd tot Level 4 Course Designer en Technical Delegate.

Wat zouden meer mensen moeten begrijpen over het werk van een parcoursbouwer?

Voor veel toeschouwers blijft de rol van de parcoursbouwer grotendeels onzichtbaar.

Veel mensen beseffen niet hoe complex dit beroep is of welke verantwoordelijkheden erbij komen kijken. Gelukkig heeft de paardensport de voorbije jaren meer media-aandacht gekregen, waardoor we vaker de kans hebben gehad om uit te leggen wat ons werk precies inhoudt.

Parcoursbouw is geen exacte wetenschap en ook geen puur wiskundig proces — het berust in grote mate op menselijke kwaliteiten, ervaring en gevoel.

Als u vandaag met uw twintigjarige zelf kon spreken, wat zou u dan zeggen?

“Jij bent de knapste en de beste!” (lacht)

Hoe blijft u met beide voeten op de grond, ondanks het internationale aanzien?

Door nooit te vergeten waar je vandaan komt, en door nooit te proberen iemand anders te worden door succes.

Mijn opvoeding en mijn familie hebben mij geleerd om bescheiden te blijven.

En ik denk vaak aan dit citaat:

“Talent is bijna niets; ervaring is alles, en die krijg je door nederigheid en hard werken.”
Patrick Süskind