De grootste hengstennamen, de meest modieuze bloedlijnen en de topverervers die elke catalogus sieren: dat is de taal die de meeste veulenveilingen spreken. 160Foals, opgericht door Benoit Dulac in Normandië, kiest bewust voor de omgekeerde weg. Het is de allereerste veulenveiling die volledig is opgebouwd rondom bewezen 1.60m moederlijnen. Waar andere veilingen vooral hoop verkopen, biedt 160Foals keihard bewijs.
"In de basis is fokkerij geen kwestie van zekerheid, maar van het beheersen van waarschijnlijkheden," stelt Dulac. Die ene zin samenvat de hele filosofie. Je kunt nooit garanderen dat een veulen de absolute topsport zal bereiken. Maar je kunt wel kiezen voor families die al vaker zulke topsportpaarden hebben geleverd, en daarmee verander je de kansen aanzienlijk.
Het is de reden waarom het merk achterom kijkt naar resultaten die al zijn behaald, in plaats van vooruit naar mooie beloften. "Beter fokken is niet genoeg. Je moet ánders fokken," vindt Dulac. De families die hij selecteert, omschrijft hij dan ook heel nuchter: "Dit zijn geen veelbelovende merries. Het zijn bewezen families."
Waarom de moederlijn?
Het pleidooi voor de merrie is gebaseerd op data, niet op sentiment. Genetisch onderzoek toont aan dat de invloed van de moeder minstens zo zwaar weegt als die van de vader — een 55/45-verdeling die de sector lange tijd heeft ondergewaardeerd. Een hengst kan immers honderden merries per jaar dekken, terwijl een merrie in haar leven slechts een handvol veulens ter wereld brengt. Dat maakt haar palmares veel moeilijker te manipuleren en dus vele malen betrouwbaarder. 160Foals analyseert de familie dan ook van onderen naar boven.
De moederlijn in cijfers
De cijfers laten zien waarom deze aanpak urgent is. Van alle springveulens die in Europa worden gefokt, bereikt uiteindelijk slechts zo'n 2% het 1.60m-niveau, de hoogte van een Grand Prix. Fok je met de top 200 hengsten ter wereld? Dan stijgt dat percentage naar ongeveer 9% — het plafond van het traditionele denken.
Selecteer je echter strikt op een bewezen 1.60m moederlijn? Dan stroomt maar liefst 35% tot 45% van die veulens door naar het hoogste niveau. Dezelfde investering, maar een compleet ander resultaat.

De kosten blijven gelijk
Achter de fokkerijlogica schuilt een ijzersterke economische logica. Het kost grofweg €160.000 om een veulen op te voeden tot een tienjarig paard — het punt waarop een springpaard serieus op niveau presteert. Dat bedrag is nagenoeg identiek, of het paard nu de 1.60m Grand Prix haalt of nooit de lagere klassen ontgroeit. De kosten zijn hetzelfde, de uitkomst is dat niet. Als de rekening onderaan de streep niet verandert, is de familie waaruit het veulen voortkomt de enige variabele die het controleren waard is.
Drie wegen naar kwalificatie: J160, P160 en F160
Elke merrie in de selectie voldoet aan ten minste één van de drie strenge criteria:
-
J160: De merrie heeft zelf 1.60m gesprongen en is dus een bewezen atleet. J160-families leveren in 38% van de gevallen opnieuw 1.60m-paarden af.
-
P160: De merrie heeft al een 1.60m-paard gebracht. Haar genetica is gevalideerd door wat ze heeft doorgegeven. Dit segment scoort maar liefst 47%.
-
F160: De merrie is de volle zus van een 1.60m-paard (dezelfde vader en moeder). Dit levert een succespercentage op van 39%.

Veel merries in de veiling kwalificeren zich overigens op meerdere fronten. Dit zijn geen theoretische families; de selectie van 2026 bevat klinkende namen. Denk aan Cacacha Van Het Schaeck, die zowel zelf op niveau sprong als al GP-paarden leverde, en Ilusionata Van 't Meulenhof, eveneens een dubbele kwalificant. Shakira De Kreisker combineert P160 en F160. Oak's Grove Americana, Kalinka Van De Nachtegaele en RMF Zecilie sprongen allemaal zelf op 1.60m-niveau, terwijl Chawizza de volle zus is van een 1.60m-paard. Echte namen, echte prestaties. Elke claim is bovendien strikt gecontroleerd via de Hippomundo-database en partnerstamboeken. Geen enkele merrie komt in de selectie zonder een aantoonbaar 1.60m-resultaat.
Het bewijs uit 2005
Het meest onomstotelijke bewijs komt naar voren wanneer we kijken naar één specifiek jaargang. Van de 32.716 paarden die in 2005 werden geboren, bereikten er 720 de 1.60m in de 21 jaar die volgden. 285 daarvan waren merries. Die specifieke merries brachten uiteindelijk 233 nakomelingen die volwassen werden, waarvan er maar liefst 55 zelf het 1.60m-niveau haalden.
Dat betekent een succespercentage van 23% — elf keer hoger dan het gemiddelde in de sport (2%) en tweeënhalf keer zo hoog als het succespercentage van de top 200 hengsten ter wereld. Na 21 jaar is deze data compleet, meetbaar en geverifieerd.
Gesteund door de wereldtop
Deze methode heeft inmiddels ook de absolute professionals uit de sport overtuigd. Nina Mallevaey, de nummer 7 van de wereld en momenteel de hoogst geklasseerde amazone op de wereldranglijst, is gefascineerd door de harde data achter de moederlijn. Ook François Mathy Sr., Olympisch bronzenmedaillewinnaar en een van de meest invloedrijke fokkers en handelaren van Grand Prix-paarden, kwam in zijn rijke carrière tot dezelfde conclusie: de diepte van de moederlijn is de sterkste voorspeller voor succes.
De veiling
De allereerste collectie van 160Foals gaat onder de hamer op 30 juni 2026 om 20:00 uur CET. De veiling vindt live en online plaats en staat open voor serieuze kopers wereldwijd. Registratie verloopt via de '160 Circle'. De veulen zijn nog jong, maar de families hebben zich al lang bewezen. En dat is precies waar het om draait.
