Eugène Reesink (65) ontvangt iedereen met de nuchterheid die de regio typeert. Hoewel hij de pensioengerechtigde leeftijd nadert, is van ophouden geen sprake. Samen met zijn vrouw Annebeth en zoon Bas runt hij een imperium dat rust op twee locaties: Eibergen en Uden. Terwijl Bas zich klaarmaakt voor de opvolging in de Achterhoek, is Uden de strategische uitvalsbasis van Dinja van Liere.

De weg van de self-made man

Reesink steekt direct van wal over zijn oorsprong. "Waarom paarden? Omdat ik niets anders kan," grapt hij. "Zonder dollen: ik was bezeten van paarden, maar had een broertje dood aan school. Mijn vader was duidelijk: als ik mijn Havodiploma zou halen, mocht ik het in de paarden proberen."

De ruiterambities bleken echter beperkt. "Ik was niet goed genoeg als ruiter. Even dacht ik aan hoefsmid worden, maar de handel trok me meer. Vanaf mijn veertiende werkte ik bij grote fokkers en spelde ik de hippische bladen. Ik was ervan overtuigd dat je in de paarden geen diploma’s nodig had, maar praktijkervaring. Zo heb ik mijn eigen weg gezocht. Van handel in pony's en springpaarden versverschoof de focus eind jaren tachtig naar de dressuur. Die waren als twee- en driejarige simpelweg makkelijker te verkopen."

De factor 'Ruiter'

Wie de hedendaagse dressuursport volgt, kan niet om de 'Reesink-paarden' heen. Toch blijft Eugène bescheiden over zijn succes. "Er is geen geheim, maar wel een overtuiging: succes in de dressuur wordt voor een groot deel bepaald door de ruiter. We hebben altijd geprobeerd goede paarden bij goede ruiters te stallen, zoals Hans Peter Minderhoud of Leida Strijk."

In 2020 gooiden de Reesinks het roer om. Bas stelde voor een eigen dekstation te beginnen met eigen ruiters. "We kwamen in contact met Dinja van Liere, die toen aan de vooravond van haar grote Grand Prix-doorbraak stond. Ze begon in Uden met McLaren, Mauro Turfhorst en Frankie Lee. Inmiddels hebben we met Kim Alting een tweede sterke ruiter in dienst. Door deze samenwerkingen kunnen we onze paarden langer aanhouden. Waar we vroeger verkochten op vijfjarige leeftijd, creëren we nu de omstandigheden om ze door te trainen naar het hoogste niveau."

"Op onze bedrijven vind je geen overbodige luxe, maar alles heeft wel kwaliteit als basis."

De magie van Rotterdam en de droom van LA

Hoewel Reesink een echt "buitenmens" is die geniet van het Achterhoekse coulisselandschap, maakt hij voor het CHIO Rotterdam graag een uitzondering. "Mijn eerste keer was in 1980, tijdens de alternatieve Spelen. De sfeer in het Kralingse Bos is uniek, heel gemoedelijk. Dit jaar ben ik er weer, niet alleen voor Dinja, maar ook voor Dominique Filion die onze 'The Boss' succesvol start in de Grand Prix."

Als we hem vragen naar de toekomst, flikkeren zijn ogen. De blik is gericht op het WK in Aken en de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. "De familie Koele, mede-eigenaren van Mauro Turfhorst, droomt ervan om met z'n allen naar de Spelen te gaan. Wij zijn handelaren, dus paarden lang vasthouden is altijd spannend, maar ik sluit voor 2028 niets uit. We zitten vaak in een spagaat: er is veel vraag naar de paarden van Dinja, maar als we onze beste paarden verkopen, houden we Dinja ook niet vast. Op dit moment zijn hengsten als McLaren, Mauro en Red Viper dan ook niet te koop."

Kippenvel en karakter

Gevraagd naar zijn mooiste moment tot nu toe, hoeft hij niet lang na te denken. "Toen Dinja met de pas negenjarige Vita di Lusso in Aken tussen de wereldtop als tweede en derde eindigde. Dat was kippenvel. Maar ik kan ook genieten van Phoebe Peters die hier thuis McMary traint; dan krijg ik kriebels in mijn buik."

Zijn favoriete paard aller tijden? "Vitalis. Zijn kwaliteit, maar vooral zijn karakter. Dat was een eye-opener: karakter is álles bij een paard."

De toekomst: Minder is meer

De koers voor de komende tien jaar is al uitgezet tijdens een goed gesprek aan de keukentafel deze winter. "We willen naar minder paarden, maar méér kwaliteit. Liever vijftien tot twintig écht goede paarden voor onze ruiters dan een grote stal met middenmoot. We willen ons bedrijf in Uden naar een nog hoger niveau tillen. Annebeth en ik hebben inmiddels vier kleinkinderen; we willen ook de tijd hebben om van hen te genieten."

De man van de lijstjes

Tijdens het gesprek komt een medewerker binnen die een geheim verklapt: Eugène is "van de lijstjes". Hij lacht: "Dat klopt. Ik schrijf alles op. Paarden die me interesseren, tuinwerkzaamheden, alles deel ik in hokjes in. Het geeft me rust. Eigenlijk ben ik best lui, zo hoef ik niets te onthouden!"

Een missie voor de sector

Aan het eind van het interview wordt Reesink serieus als het gaat over de publieke opinie van de paardensport. "We moeten beseffen dat de grootste groep mensen níéts met paarden heeft. We moeten die groep veel beter voorlichten. Daar ligt een taak voor de KNHS en voor social media. We laten kansen liggen met positieve reels en uitleg. Als we niet oppassen, schieten we onszelf in de voet. We hebben ambassadeurs nodig zoals Britt Dekker of Laurens van Lieren om de kloof te overbruggen."

Hij sluit af met een eerbetoon aan zijn team: "Alles wat bij Reesink Stallions gebeurt, is alleen mogelijk door ons fantastische personeel."