De rode draad van de avond: variatie is geen doel op zich, maar een manier om controle te krijgen. Die controle begint volgens Dinja bij durven loslaten.

Bij elke combinatie testte ze wat er gebeurde als de ruiter écht niets deed. En of de ruiter toch niet probeerde het paard als het ware 'te helpen'.

"Als ik jou een vraag stel en vervolgens zelf al het antwoord geef, dan hoef je de volgende keer ook niet meer na te denken. Ik heb liever dat je paard een keer het verkeerde antwoord geeft. Dan kan ik dat corrigeren."

Denk in 'versnellingen'

Bij een jong paard varieer je volgens Dinja vooral in tempo, en nog weinig in houding. En dat tempo kent meer standen dan je denkt: "Het is niet alleen maar van verzamelde draf naar uitgestrekte draf. Daar zitten nog heel veel versnellingen tussen."

Train voor 120 Procent

Ter afsluiting stapte Dinja zelf op met haar WK-paard Mauro Turfhorst N.O.P. Ook, of misschien zelfs juist, op Grand Prix-niveau draait alles om controle: "Het belangrijkste is niet dat hij een mooie pirouette draait. Het belangrijkste is dat hij reageert als ik in die pirouette nog een keer been geef." Of het paard nu vier is of Grand Prix loopt, het principe blijft hetzelfde: "Als ik been geef of rem, moet er altijd een reactie komen."