De plant voelt zich bijzonder goed thuis in Noord-Nederland en verspreidt zich razendsnel; een enkele volwassen plant kan tot wel 200.000 zaadjes produceren die gemakkelijk ontkiemen. Hoewel Rijkswaterstaat de plant vroeger nog inzaaide voor snelle begroeiing, is dat beleid gestopt vanwege de risico's voor de veestapel.

Een onzichtbaar gevaar voor de veestapel

In de wei laten grazers de plant meestal staan vanwege de bittere smaak, maar die natuurlijke bescherming verdwijnt zodra het kruid wordt gemaaid en in hooi of kuilvoer terechtkomt. Boeren noemen het jacobskruiskruid daarom een 'sluipmoordenaar'. De plant is in gedroogde vorm onherkenbaar, waardoor dieren ongemerkt kleine hoeveelheden binnenkrijgen die de lever onherstelbaar beschadigen. Dit proces verloopt traag: koeien en paarden worden mager, de melkproductie daalt en uiteindelijk sterven de dieren aan de gevolgen van de vergiftiging.

De nieuwe methode met elektrocutie biedt een duurzamer alternatief voor chemische bestrijding. Met een speciaal apparaat krijgt elke plant een stroomstoot, waardoor deze tot diep in de wortel afsterft. Toch is er ook kritiek op de proef. Bioloog Casper van der Kooi van de Rijksuniversiteit Groningen stelt dat de gevaren worden overdreven en spreekt van een hetze. Hij wijst op het belang van de plant voor de biodiversiteit, aangezien veel vlinders en kevers ervan afhankelijk zijn. Volgens de bioloog hoort de plant gewoon bij de Nederlandse natuur, net als de eveneens giftige boterbloem, en is de roep om totale uitroeiing onterecht.