De zaak draaide om een Nederlandse handelsstal die een springpaard voor € 350.000 verkocht aan een koper in de Verenigde Staten. Voordat het paard de oversteek naar Amerika maakte, verbleef het nog enkele maanden in Europa. In die tussenperiode werd de nieuwe combinatie getest en nam het paard deel aan acht wedstrijden verspreid over Nederland, Duitsland en Denemarken.

De Belastingdienst beschouwde deze wedstrijddeelnames als 'binnenlands gebruik' en legde een forse naheffing op van ruim € 60.000 (21% btw). De verkoper liet het er niet bij zitten en stapte naar de rechter.

Waarom de rechter de fiscus terugfluit

In hoger beroep veegde het Gerechtshof de naheffing van tafel. De rechter oordeelde dat deelname aan wedstrijden een essentieel onderdeel is van het houden van een sportpaard. Het valt onder de normale training en het in conditie houden van het dier.

Omdat het doortrainen de exporttransactie niet verandert én het paard de Europese Unie uiteindelijk daadwerkelijk heeft verlaten zonder dat er sprake was van fraude, blijft het btw-nultarief gewoon van kracht. Een belangrijke overwinning die de internationale concurrentiepositie van de Europese paardenhandel beschermt.